top of page
  • Anna van Gerve

Verankerd

‘Ik zou willen dat er geen zwaartekracht was,’ zegt S, ‘dan vloog ik zo de lucht in.’

We stellen ons een wereld voor die niet hard genoeg trekt. Overal vliegen bladeren, eikeltjes, fietsers, stenen, poezen, honden, kinderen, opa’s en oma’s, hoeden, boeken, ballen en kleren.

‘We kunnen touwtjes aan onze voeten binden en aan de pootjes van Dokus en Tilki. Dan worden we ballonnen.’

‘Heb je er al over nagedacht dat poep en plas ook de lucht in drijft?’ zeg ik.

S kijkt zoals hij kijkt wanneer hij nadenkt en iets voor zich ziet. Ik houd van dat gezicht. 

‘Dan moeten we speciale wc’s met een piepklein gaatje uitvinden en een soort stofzuiger eraan,’ zegt hij, ‘hoe gaan ze in de ruimte naar de wc?’

Ik zeg dat ik geen idee heb, maar dat zijn plan niet slecht klinkt.

‘En als we willen slapen, doen we dat vliegend in een slaapzak. Denk je dat de lucht zacht ligt?’

‘Ongetwijfeld,’ zeg ik.

‘Wat betekent dat, ongetwijfeld?’

‘Zonder twijfel, vast en zeker.’

‘Maar in een wereld zonder zwaartekracht is niets meer vast en zeker mama.’

Ik lach en trek hem naar me toe. Hij worstelt zich los. 

‘Alleen de bomen en de huizen,’ zegt hij, ‘die zitten in de grond verankerd toch? Kunnen mensen ook verankerd zijn?’

‘Ik ben aan jou verankerd,’ zeg ik.

Hij bekijkt me van top tot teen.

‘Echt niet,’ zegt hij, ‘zie jij een anker?’



20 weergaven0 opmerkingen
bottom of page